Boeddhisten en de TEMPEL

  Het boeddhisme is geen ‘godsdienst’. Het is een levensvisie, een manier van leven. Het Boeddhisme ontstond in de vijfde eeuw voor Christus in India. Er bestonden toen verschillende religieuze kampen waar jonge mannen onder leiding van een religieuze meester gingen leven.. In die kampen stond ascese centraal, en een strikte levenswijze: celibaat, dieet/vegetarisme, handwerk, studie. Men volgde de principes van a-himsa (geen-geweld, zie ook bij hindoeïsme). Het boeddhisme nam vele kenmerken over van deze vorm van religie.

Zo hebben boeddhisten een cyclische wereldopvatting. De hele werkelijkheid is een komen en gaan van verschillende tijdperken. Als een tijdperk tot zijn einde komt, wordt een nieuw tijdperk ingeluid door een nieuwe verlichter van die tijd, een nieuwe Boeddha. Gautama Siddharta is de Boeddha van ons tijdperk.
Prins Siddharta Gautama leefde in de zesde of vijfde eeuw voor Christus in Noord-India. Hij was een prins en de koning, zijn vader, hield hem heel hard beschermd. Toen hij op volwassen leeftijd dan toch geconfronteerd werd met een zieke, een oude en een dode man, greep hem dit heel hard aan. Later zag hij nog een monnik die rust uitstraalde. Op dat moment besliste hij dat hij die rust ook wilde opzoeken. Hij vertrok uit het paleis en ging mediteren, zoals zovele mensen toen in India deden (en nu nog).

Hij vond vier grote waarheden

  — lijden hoort bij het menselijk leven
— de oorzaak van dit lijden is de
— menselijke begeerte, het verlangen.
— het lijden kan ophouden
— dit kan wanneer begeerte ophoudt.

Door dit levensinzicht, bereikte Siddharta het Nirvana, letterlijk betekent dit ‘uitgedoofd’. Het bewustzijn wordt verlicht. Daarom werd hij de verlichtte genoemd, of de ‘Boeddha’. Ook beschreef de Boeddha de achtvoudige weg naar het Nirvana. Zijn volgelingen proberen deze regels na te leven om ook tot het Nirvana te komen.

Enkele belangrijke begrippen
Het boeddhisme kent twee levensprincipes:

  • Samsara: de cyclus van wedergeboorten. Elk wezen sterft en wordt steeds opnieuw herboren. Men kan herboren worden op verschillende manieren: als goddelijk wezen, als mens, als dier, als geest en als hellewezen. Door de verlichting te bereiken, treedt men uit de cyclus van wedergeboorten. Verlichting, of nirvana, betekent de totale afwezigheid van begeertes, verlangens en aanhankelijkheid aan het materiële leven op aarde. Het is de totale afwezigheid van negatieve emoties. Men mag zich immers niet hechten aan iets, want volgens boeddhisten bestaat er geen ziel, geen vaststaand ‘wezen’. Er bestaat geen ‘ik’ of ‘mij’. Er is enkel een voortvloeien van bewustzijn. Dit noemt men het an-atman, geen-ziel. Het is deze stroom van bewustzijn dat herboren wordt in een ander leven. Om het nirvana te bereiken, mediteren boeddhisten heel vaak. Op die manier zuiveren ze hun geest.
  • Karma: de wet of het principe dat elk wezen de resultaten van de eigen beslissingen en acties draagt. Wie in dit leven goed doet, zal een goede hergeboorte hebben in een volgend leven. Maar ook in dit leven voelen we de resultaten van ons handelen.

Door deze principes bestaat er een web van afhankelijkheden tussen alle wezens en de natuur in het algemeen: alle wezens en de natuur zijn verbonden. Eenvoudig gezegd zou het immers kunnen dat een dier een hergeboorte is van een familielid uit een vorig leven. Boeddhisten dragen daarom zorg voor de natuur en andere wezens. Men volgt het principe van geen-geweld (a-himsa).

Boeddhisten kennen drie juwelen:

  • Dharma betekent letterlijk ‘wat vaststaat’. Het is de leer over moraliteit en waarheid. Er is maar één zekerheid in het leven en dat is dat alles waar is wat Boeddha zei over het leven. Met dharma bedoelen boeddhisten dus de leer van Boeddha. (Hindoe’s gebruiken hetzelfde woord, maar met een andere betekenis, zie verder)
  • Samgha: de gemeenschap van boeddhisten. Dikwijls bedoelt men hiermee de orde van monniken in een klooster. Maar soms wordt de algemene gemeenschap bedoeld en horen ook leken tot de samgha.
  • Boeddha: iemand die de verlichting bereikte en beslist heeft de kennis door te geven. Een boeddha is een voorbeeld voor de weg naar verlichting. Hij geeft raad. De boeddha van deze tijd is de Boeddha Gautama.

Verschillende groepen
Net zoals bij de andere levensbeschouwingen, kunnen we ook hier niet zeggen dat alle boeddhisten samen één groep vormen. Elke vorm van boeddhisme gaat terug op de Boeddha Gautama. Maar er zijn verschillende stromingen met onder andere verschillende visies op wie het Nirvana kan bereiken en hoe dat dan kan:

  • Theravada boeddhisme stelt dat enkel monniken het Nirvana kunnen bereiken.
  • Mahayana boeddhisme stelt dat iedereen, ook leken, het Nirvana kunnen bereiken.
  • Vajrayana boeddhisme is de culminatie van deze twee: verschillende technieken (onder invloed van het hindoeïsme) kunnen gebruikt worden om het Nirvana te bereiken. Het Tibetaanse boeddhisme, met aan het hoofd de Dalai Lama, is hier een voorbeeld van.

Naast deze drie grote lijnen, zijn er nog vele andere vormen van boeddhisme: Zen boeddhisme, Zuiver Landboeddhisme, Tempelboeddhisme… Deze vormen ontwikkelden zich door de eeuwen heen, met invloed van de religieuze gewoonten van andere mensen.

Feesten
Feesten door het jaar:

  • Nieuwjaar. Dit viel in 2006 op 14 april. Het was het begin van het jaar 2550.
  • Vesak: de dag waarop Boeddha geboren werd, later het nirvana bereikte en nog eens vele jaren later het paranirvana inging (overleed). Dit wordt gevierd door Theravada boeddhisten. In 2006 valt dit feest op 13 mei.
  • Boeddha’s verlichting: herdenking dat de Boeddha de verlichting kreeg onder de vijgeboom. Dit wordt gevierd door Mahayana boeddhisten. In 2006 valt dit feest op 8 december.

Feesten voor kinderen:
Het vroege boeddhisme had geen speciale rituelen om de levensovergangen te vieren, behalve een specifiek ritueel bij het overlijden. De mensen volgden verder de rituelen en feesten van hun cultuur, vb. van het hindoeïsme.

  • Geboorte: boeddhisten vieren een geboorte over het algemeen met rituelen zoals ze in hun cultuur voorkomen. Wat wel specifiek boeddhistisch is, is dat zij een wensmoment vragen waarin het kind gezegend wordt en men de wens uitspreekt dat het mag opgroeien als een goede mens met goede kwaliteiten en een minimum aan lijden mag ondergaan. Ook wordt de hoop uitgesproken dat het kind andere mensen in zijn leven tegenkomt die het helpen de verlichting te bereiken. Deze zegening gebeurt enkele maanden na de geboorte, meestal in een tempel of een meditatieruimte

Tempel
In een tempel komen boeddhisten respect betuigen aan de Boeddha. Ze komen er mediteren of een offer brengen (bloemen, zuiver water, wierook, vruchten…). In de tempel kan je hiervoor een offertafel of altaar vinden.
In een boeddhistische tempel zal je steeds een beeld of afbeelding van de Boeddha vinden.

  Als je naar een afbeelding kijkt, let dan op verschillende tekenen die duidelijk maken dat hij een speciaal persoon was: grote oorlellen, gouden uiterlijk, wielpatroon op voetzolen. Dat wielpatroon op de voeten is bijvoorbeeld symbool voor het ‘draaien aan het wiel’: de Boeddha deed de werkelijkheid naar een verder/nieuw tijdperk draaien. Soms kan je ook zien dat de Boeddha specifieke handbewegingen heeft, deze noemt men de mudra’s.
Je kunt nog verschillende afbeeldingen zien van figuren die symbool staan voor belangrijke aspecten in het boeddhisme.
  Zo is er het wiel met acht spaken, voor de acht principes die je moet volgen om Nirvana te bereiken.
Ook Mandala’s of symbolische cirkels die de kosmos voorstellen, kan je vinden. Tegenwoordig is het tekenen van Mandala’s ‘in’.  
Misschien zie je ook een grote trom om het ritme aan te geven van de mantra’s, of rituele spreuken die op een specifieke manier gereciteerd worden.