HINDOES EN DE TEMPEL

 

Het hindoeïsme is de oudste levende religie ter wereld. Het bestaat momenteel uit zoveel verscheidenheid dat het moeilijk is het in één woord te beschrijven.
Het woord hindoe staat nergens in de heilige boeken van India. Het is een geografische term die door de Perzen gegeven is aan het volk en de cultuur die aan de andere kant van de Indus rivier woonde. Het woord komt pas in tekstboeken voor vanaf het jaar 1300, maar werd voordien al door de Perzen gebruikt.
De werkelijke benaming voor de cultuur die de mensen daar volgden was de Vedische cultuur die gebaseerd is op de heilige boeken van India, de Veda’s. De Veda’s zijn 5000 jaar geleden op schrift gesteld door een grote heilige en wijze Vyasadeva. Voor die tijd werd deze wijsheid mondeling overgedragen. De Veda’s zijn in poëtische verzen opgesteld om ze makkelijker te kunnen onthouden. Het Mahabharata, een belangrijk en populair boek van de hindoe’s, bestaat uit 100.000 verzen. Het Bhagavad Purana, een van de 18 geschiedenisboeken, bestaat uit 18.000 verzen.

Heer Brahma ontving de Veda’s het eerste van God. Hij was de eerste persoon die binnen het universum geschapen werd. Hij kreeg de wijsheid van God als een gebruiksaanwijzing voor deze wereld en voor de gehele mensheid die zou komen.

Enkele belangrijke begrippen
De Bhagavad-gita, een deel van de Mahabharata, is het belangrijkste boek van de Vedische kennis. Centraal staat een gesprek tussen God en Arjuna, een ksatriya strijder. De vijf belangrijkste principes van de Vedische cultuur werden besproken:

  • Isvara: letterlijk - de allerhoogste bestuurder, een naam van God. God heeft vele namen in het Hindoeïsme. Het zijn allemaal kwaliteiten van God: de mooiste, de sterkste, de meest genadige enz.
  • Atma: dat zijn wij, de ziel, de levenskern, de eeuwige goddelijke vonk, die terug kan komen in een ander stoffelijk lichaam. Men zal blijven reïncarneren zolang men niet helemaal vrij is van stoffelijke smetten. Men wordt dus opnieuw geboren en men sterft weer totdat men tot bevrijding (of mukti) komt en terugkeert bij God.
  • Prakriti. De wereld waarin wij leven, de gehele stoffelijke natuur met al haar universi, atomen en moleculen. In de Bhagavad-gita staat wat het doel ervan is, waaruit het is opgebouwd en hoe wij er ons het beste voordeel mee kunnen doen.
  • Karma: de wet van actie en reactie. ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Elke daad heeft goede of slechte gevolgen. Dit merkt men tijdens het leven, maar de activiteiten in dit leven bepalen ook wat na dit leven komt: bevrijding van de stof of een nieuwe geboorte.
  • Kala: het begrip tijd. Alles in deze wereld kent verandering, een begin en een einde. We zien dag en nacht, zomer en winter, jong en oud en zo ervaren we de tijd. In de spirituele wereld is dat afwezig. Alles is er eeuwig. De tijdsindeling volgens de Veda’s is cyclisch en niet lineair. Het gaat dus niet om één schepping en één vernietiging waarna alles ophoudt te bestaan, maar om een afwisseling van opeenvolgende tijdperken met soms een gedeeltelijke vernietiging of zondvloed.

Daarnaast zijn er nog andere heel belangrijke principes:

  • Dharma: Datgene wat onafscheidelijk verbonden is met een begrip of substantie. Vb. het dharma van suiker is zoet en het dharma van water is nat enz. Het dharma van de mens is dan de religieuze en persoonlijke plicht die aan het bestaan verbonden is. Het eeuwige dharma van de ziel is dienen. Elke persoon heeft een eigen taak (dienst) binnen de schepping. Deze taak hangt af van de positie die men inneemt in de samenleving. De mate waarin men wordt beïnvloed door de materiële wereld, bepaalt in welke stand men thuishoort. Vb. diegene die het minst beïnvloed worden en dus het meest spiritueel zijn, behoren de samenleving te leiden.
    Het goede doen wil zeggen de dingen doen die je dharma voorschrijft. Door het naleven van de wil en wetten van God, vervul je jouw natuurlijke en eeuwige plicht als deeltje van het grote geheel. Dharma wordt ook wel omschreven als een soort geweten, een innerlijk aanvoelen wat je wel en niet behoort te doen.
  • Kastenstelsel: De menselijke samenleving bestaat uit vier kasten die samen worden voorgesteld als een menselijk lichaam. Het hoofd symboliseert de brahmanen (de intellectuele, onderwijzende of priesterklasse), de armen vertegenwoordigen de kshatrya’s (de koningsklasse, de bestuurdersklasse), de romp is de vaishya (de middenstand, het bankwezen, boeren en handelaars enz.) en de benen en voeten staan voor de Shoedra’s (de arbeiders). In deze klassen zijn dan nog eens verschillende onderdelingen. Ook zijn er nog de Dalits, dit zijn de kastelozen.
    Dikwijls is het kastenstelsel in India een bron van onderdrukking geweest. Men zei dat je in een bepaalde kaste hoort volgens je geboorte en er je hele leven moet blijven. Maar dat gaat in tegen de oorspronkelijke bedoeling: men maakt deel uit van een bepaalde kaste door de kwaliteiten die men heeft en het werk dat men verricht. Een goed voorbeeld is de huidige president van India die uit een kasteloze familie komt en door studie is opgeklommen tot president. Tot slot heeft het leven in kasten ook grote voordelen zoals bescherming en een plaats naar het eigen niveau in de samenleving.
  • Geweldloosheid of ahimsa. A-himsa betekent geen-geweld. Je mag geen onnodig geweld gebruiken. Zelfverdediging mag wel. In het hindoeïsme worden alle zielen beschouwd als eeuwige familie, allemaal kinderen van God. Alle zielen, of ze nu in een plantenlichaam, een dierenlichaam of mensenlichaam verblijven. Daarom zijn de hindoe’s vegetariër, men eet geen vlees.
    De koe is het lievelingsdier van God en is heilig. De koe geeft net als onze moeder haar melk. Daarom heet ze Go-mata, moeder koe. Ze is een van de zeven moeders die voor de mens zorgen. De anderen zijn moeder aarde, je eigen moeder, de vrouw van de priester, de vrouw van de geestelijke leraar, de koningin en de verpleegster. Daarenboven was er vroeger een economische noodzaak om respect te hebben voor het leven van de koe. Ze brengt immers ossen voort die als trekdier worden gebruikt op het platteland. Maar ook de uitwerpselen van de koe worden gebruikt voor energie, om de huizen te ontsmetten (bron van natuurlijke ammoniak); en de beenderen van de koe worden gemalen tot meststof of verwerkt tot knopen.

Hindoes en vele goden
In het hindoeïsme gelooft men in de oerkracht, het Brahman. Door deze kracht is de wereld ontstaan en kan die blijven bestaan en veranderen. Het hindoeïsme kent drie hoofdstromingen. De shakta’s vereren de moedergodin Durga ofwel Kali, de vaisnava’s vereren Vishnu of Krishna en de shaivaits vereren Shiva.
In het Hindoeïsme zijn dan nog twee stromingen te onderscheiden nl. de personalisten en de impersonalisten. De eersten aanvaarden dat de absolute waarheid een Allerhoogste Persoonlijkheid is: God, Vishnu of Krishna. De impersonalisten echter geloven dat het onpersoonlijke Brahman het allerhoogste is. Volgens hen kent het hindoeïsme vele goden. Elke god heeft zijn/haar eigen krachten en eigenheden.
Hindoes ‘kiezen’ als het ware welke God of goden ze vereren. Zo heeft elke familie thuis een eigen altaar met afbeeldingen van de goden die zij aanbidden.

Men stelt dat drie goden zeer belangrijk zijn:

Brahma Vishnu Shiva
Daarnaast bestaan er dus nog anderen zoals oa Ganesh, Sarasvati, Parvati, Lakshmi en Durga. Wanneer een hindoe Vishnu of Krishna vereert, is deze God voor deze persoon de belangrijkste onder de goden. Wie Shiva vereert, noemt hem de belangrijkste. Maar elk hebben ze hun eigen verhalen, heldendaden en kentekens.
Vishnu bijvoorbeeld heeft tien ‘nederdalingen’(avatars): tien keer is hij in een andere gedaante gekomen om de wereld van een ondergang te redden. Als Everzwijn redde hij de godin Aarde uit de onderwereld en als vis waarschuwde hij de mensheid voor een zondvloed en redde zo de Vedische geschriften.
  Veel hindoe’s zullen echter zeggen dat zijn nederdaling als Krishna de belangrijkste is. In de Bhagvad-gita legt Krishna de hele levensfilosofie uit van het hindoeïsme (zie boven). De wereldwijd bekende Hare Krishna beweging komt voort uit de verering van Krishna.


Feesten

Omdat het hindoeïsme een grote verscheidenheid heeft aan goden en diensten aan die goden, verwondert het niet dat er ook zeer veel feesten zijn door het jaar. We sommen hier slechts enkele op, die steeds voor bepaalde hindoe’s belangrijk zijn en voor anderen minder.

  • Basant pancami: een vuuroffer wordt ingericht met hout en geklaarde boter. Het staat symbool voor het Kwaad en het teniet doen ervan. Dit vond in 2006 plaats op 2 februari.
  • Holi Phagva: het feest van de overwinning van het goede op het kwade en aankondiging van de lente. Men bespuit elkaar met kleurrijke verf om de lente in te luiden. In 2006 viel dit feest op 15 maart.
  • Ramnavmi: Men viert de geboorte van koningszoon Rama, de zevende incarnatie van Vishnu. Hij wordt gezien als ideale mens en koning. Deze dag viel in 2006 op 6 april.
  • Krishna Janmashtami: de verjaardag van Krishna. Dit valt in 2006 op 16 augustus.
    ? Pitra Paksh: men herdenkt overleden familieleden. Dit gebeurt in 2006 van 8 tot 22 september.
  • Divali: licht- en nieuwjaarsfeest. Het symboliseert de terugkeer van prins Rama in de stad Ayodhya, na zijn overwinning op Ravana, de koning van Sri Lanka, die zijn gemalin Sita had ontvoerd. Het valt in 2006 op 21 oktober.

    Samskara’s zijn zuiveringsrituelen of sacramenten. Samskara betekent letterlijk ‘volmaakte daad of handeling’. Door deze rituelen wordt de relatie tussen ouders en kinderen, tussen man en vrouw, leraar en leerling, tussen de mens en moeder aarde, tussen de mens en de overledenen en tussen de mens, de wijze en God geheiligd. Zij weren de kwade invloeden en trekken de zegeningen van de heiligen, de engelen of goden of God zelf aan. Ze zuiveren de ziel van negatief of slecht karma van vorige levens en bevorderen een voorspoedig en gelukkig leven in deze wereld en erna.

Sacramentfeesten voor kinderen:

  • Jatakarma: het geboorteritueel heeft drie delen. In een eerste deel, ‘de geboorte van de intelligentie’, wordt de mentale ontwikkeling van een kind gestimuleerd door een paar druppels honing en geklaarde boter in de mond van de baby te gieten, en het heilige aum-teken op de tong te tekenen. In een tweede deel drukt men met spreuken de hoop uit op een lang leven. Tot slot bidt men voor een sterk gestel van het kind.
  • Annaprasana: het eten van de eerste granen
  • Upanayana: initiatieritueel waarbij een jongen van acht jaar in de eerste fase van het leven komt waarin hij de Veda’s mag bestuderen. Hij wordt dus student.

Tempel
Hindoe’s hebben een heel specifieke tempelarchitectuur. Bij het bouwen van een tempel respecteren ze regels die teruggaan op heilige opvattingen over de wereld. Ze volgen het schema van een vierkant dat nog verder is opgedeeld in 81 kleinere vierkanten. In elk van de 81 punten is een halfgod gesitueerd. Belangrijke steunpilaren krijgen op zo een manier een plaats dat ze het Kwaad neerpinnen in de grond. Elke windrichting heeft een eigen symboliek, maar ook vb. traptreden zullen niet willekeurig worden ontworpen, zodat telkens rekening wordt gehouden met de halfgoden. Men ziet vaak de symboliek van de Meruberg terugkomen: de berg waar het leven haar oorsprong vindt, het centrum van de kosmos. Dit alles wordt toegepast in India en omringende landen, en is in onze landen in opgang.

Een tempel is meestal opgedragen aan één van de goden, die door die groep mensen beschouwd wordt als de belangrijkste god. Van deze en andere goden en hun attributen, rijdieren en partners zal je steeds verschillende afbeeldingen vinden, dikwijls verwijzend naar heldendaden of bekende verhalen.
Wanneer je een tempel bezoekt, zal je zien dat er een bel hangt waarmee je je bezoek aan de tempel aankondigt. Men zal je vragen je schoenen uit te trekken omdat je heilige grond betreedt, en omdat er op de grond gezeten wordt. Op zich is men als hindoe niet verplicht om naar de tempel te gaan, maar in de praktijk doen de meesten het wel: om samen te zijn, samen de god te vereren en offers aan te brengen (bloemen, lekker eten…). Er zijn vaste ochtenddiensten en andere diensten. In grote tempels zijn er 7 diensten per dag, zoals in de Hindoe-vaishnava tempel Radhadesh in de Ardennen. Er wordt ook gezongen en gedanst en het gaat er soms luidruchtig aan toe.

  Je kan het AUM of OM-teken aantreffen. Een goddelijk woord voor plechtige aanroeping, zegening, bevestiging, en overeenstemming. Het is samengesteld uit drie in elkaar geschreven Sanskrietletters: A-U-M.
Het is de geluidsvertegenwoordiging van God en wordt geciteerd aan het begin van gebeden en religieuze ceremonieën en ook ter afsluiting.
Bijvoorbeeld: ‘om namo bhagavate vasudevaya’ en ‘ om vishnu padaya’ en ‘om namo narayana namah’.