JODEN EN DE SYNAGOGE

  Joden geloven in één God, die ze de Heer noemen, aangegeven met vier letters JHWH. Het Joodse volk moest vluchten uit Egypte. Dit noemen ze de exodus. Het volk leefde daarna 40 jaar als nomaden. Op de berg Sinaï openbaarde God de tien geboden of beter de tien Woorden aan Mozes, de leider van de groep. Ook kreeg Mozes er de vijf eerste boeken van de bijbel. De tien Woorden zijn de basis voor de Joodse wet. Trouw zijn aan God betekent deze geboden naleven. God en het Joodse volk zijn door dit verbond met elkaar verbonden: de mensen beloofden trouw te zijn aan God en deze liefde ook te beleven onder elkaar.
De vijf eerste boeken van de bijbel noemt men de Thora. Hierop zijn commentaren geformuleerd, die men de Talmoed noemt. Deze twee zijn samen een gids in het morele leven van Joden. Er staat beschreven wat Goed en wat Kwaad is.

Verschillende groepen
Het is niet mogelijk alle joden onder één hoedje te vangen: er zijn heel wat verschillende groepen en strekkingen, verschillende wijzen van kleden, enz. Wanneer mensen aan joden denken, denken ze dikwijls aan een bepaalde groep mensen: mannen met zwarte kleren, lange mantel en brede hoed, dikwijls een lange baard en pijpenkrullen. Vrouwen steeds met hooggesloten kleren en donkere kousen. Natuurlijk zijn er joden die zich zo kleden (in Antwerpen vallen ze op in het straatbeeld), maar dit is slechts een kleine groep van alle joden.

Je zou kunnen zeggen dat er drie grote groepen zijn in het jodendom, verdeeld naar hoe ze de wet navolgen en/of interpreteren:

  • orthodoxen: voor hen is het duidelijk dat de leer van het jodendom op de vaststaande manier door God geopenbaard is. Deze joden geven aan Gods wetten een centrale plaats en trachten ze op een juiste manier na te leven. Binnen deze groep kan men nog onderscheidingen vinden: ultraorthodoxen, gematigde en moderne orthodoxen.
  • gereformeerden: voor hen kan de leer van God op bepaalde manieren aangepast worden aan de veranderingen van de tijd. Wat God openbaarde, kan met andere woorden op verschillende momenten anders geïnterpreteerd worden. Deze Joden passen zich steeds aan de omstandigheden aan waar ze leven.
  • conservatieven: zij volgen de oude rabbijnse tradities en volgen de wetten, maar proberen deze wel te interpreteren vanuit de situatie van vandaag. Ze bevinden zich in hun strekking als het ware tussen de orthodoxie en de reformatie.

Gereformeerde en conservatieve joden worden vaak onder de term liberale joden ondergebracht, omdat ze zich beiden afzetten tegen een orthodoxe houding tegenover de wet. Ze zeggen dat God zich elke generatie opnieuw openbaart in de opeenvolgende studie van de Thora.

Enkele belangrijke begrippen
Een rabbijn is een wetgeleerde. Hij interpreteert de wetten en begeleidt de gemeenschap in haar religieuze leven.
Heel belangrijk voor joden is de sabbat. Op deze dag herdenken ze het eeuwige verbond dat de Joden met God afsloten. Deze dag begint vrijdag bij zonsondergang en eindigt zaterdag bij zonsondergang. Joden houden op deze manier elke week een dag vrij voor God. Ander werk of activiteit valt dan weg. Het is een dag van innerlijke rust dat het dagelijkse ritme van werk en haast doorbreekt. Tijdens de sabbat gaan de mensen drie keer naar de synagoge om de teksten te lezen, te bidden, zich te bezinnen, om te studeren, en om samen te zijn.

  De Torah is de schriftelijke neerslag van de levensleer. De geboden die aan Mozes geopenbaard werden, werden eerst mondeling doorverteld, en dit kreeg de naam misjnah.
Er werden commentaren op geformuleerd om de betekenis te verhelderen. Deze commentaren, samen met de misjnah, vormen de Talmoed. Hierin zijn 613 na te volgen geboden beschreven die de relatie tussen Joden en God, en mensen onderling regelen.

Feesten
De volgende feesten, zijn de belangrijke feesten die elk jaar gevierd worden.

  • Rosj Hasjana (Nieuwjaarsdag) en Jom Kippoer (Dag van de boetedoening en verzoening): Aan het begin van het jaar worden mensen opgeroepen om na te denken over de daden van het voorbije jaar. Rosj Hasjana valt in 2006 op 23 september. Het is het begin van het joodse jaar 5767. Jom Kippoer valt in 2006 op 2 oktober.
  • Soekkoth (loofhuttenfeest): De mensen herdenken de tijd dat de Joden uit Egypte vluchtten en in de woestijn verbleven. Dit doet men door te eten in een loofhut, sommigen blijven ook slapen in deze loofhut. Dit feest valt in 2006 op 7 oktober.
  • Chanoeka (feest van het licht): ongeveer 2300 jaar geleden namen de Seleucieden de tempel te Jeruzalem in. De joden herwonnen de tempel opnieuw van hun onderdrukkers. Op Chanoeka viert men de zuivering en herinwijding van deze tempel. Chanoeka valt in 2006 op 16 december.
  • Poerim: Men herdenkt de periode van Koningin Esther. In 2006 viel dit feest op 14 maart.
  • Pesach (het joodse paasfeest): men herdenkt de exodus, de uittocht uit Egypte. Men ‘herleeft’ deze uittocht door speciale gerechten te eten (ongedesemd brood verwijst naar de haast waarmee de mensen uit Egypte vertrokken), ander bestek en borden te gebruiken… in 2006 werd Pesach gevierd van 13 tot 20 april.
  • Sjavoeot, 50 dagen na Pasen: men viert de openbaring van de Thora op de berg Sinaï. In 2006 wordt dit op vrijdag 2 juni gevierd.
  • Negende van Av: vastendag aan het einde van de zomer. Men herdenkt de val van de twee tempels. Deze dag valt in 2006 op 3 augustus.

Hier volgen twee feesten die belangrijk zijn in het leven van kinderen:

  • Geboorte: een nieuw kind wordt met grote vreugde verwelkomd. Wanneer een dochter geboren is, wordt dat verteld aan de hele gemeenschap op de eerstvolgende sabbat. Acht dagen na de geboorte van een zoon, volgt een besnijdenis. De voorhuid van de penis wordt weggesneden. De besnijdenis heeft een grote religieuze betekenis: het verbond met JHWH wordt bezegeld. De intieme relatie tussen joden en de Heer wordt lijfelijk voelbaar en zichtbaar. Bijna alle joden, of ze praktiseren of niet, willen dat hun zonen besneden worden.
  • Bar mitswa is het ritueel waarbij de dertienjarige jongen als volwassene opgenomen wordt in de religieuze gemeenschap. Dit betekent dat hij vanaf dat moment rituele en morele verantwoordelijkheid draagt. Hij kan bijvoorbeeld gevraagd worden te reciteren uit de Wet of het boek van de Profeten. Sommige joodse groeperingen hebben ook een ritueel voor de overgang van het meisje. Dat heet dan bat mitswa.

Synagoge
De synagoge is de plaats waar joden samenkomen om God te danken en te eren. Het is ook de plaats waar onderricht in het geloof gegeven wordt.
Het woord synagoge is afkomstig van het Griekse woord Synagogein, wat ‘plaats van samenkomst’ betekent.

  Het belangrijkste punt van elke synagoge is de heilige ark aan de oostwand (richting Jeruzalem). In deze wand is een nis waarin de thorarollen bewaard liggen. Voor de ark hangt een geborduurd gordijn (het Heilig Voorhangsel).
Boven de ark hangt het eeuwige licht, symbool van Gods aanwezigheid en van de Thora.
In het midden van een synagoge is een verhoging (de biema). Van hierop wordt de rol gelezen. Er is een aparte stoel voor de rabbijn en voor de voorzanger.
In orthodoxe synagogen is er een aparte galerij voor vrouwen.
  Vaak zal je in de synagoge een afbeelding zien van de twee tafelen met de tien Woorden, of wetten die God op de Sinaï openbaarde.
Een davidsster is een symbool waarin in de late Middeleeuwen Joodse mensen hun opdracht herkend hebben: iets van het goddelijke laten zien in onze wereld (driehoek naar boven gericht, op een driehoek naar beneden gericht).  
  De Menora, de zevenarmige kandelaar uit de tempel, verwijst naar de zes werkdagen en de rustdag of sabbat, die het levensritme aangeven.