MOSLIMS EN DE MOSKEE

  Moslims geloven in één God die ze Allah noemen (de Ene), en Mohammed is Zijn laatste boodschapper. Hij is geboren in Mekka (Saoedi-Arabië) in het jaar 571. Toen hij ongeveer 40 jaar was, hoorde hij hoe God hem in de grot Hira opriep Zijn boodschap uit te dragen. Hij deed dit eerst in het geheim, later meer in het openbaar. Omdat hij werd tegengewerkt in Mekka, emigreerde Mohammed in 622 met zijn volgelingen naar Medina. Deze datum vormde het begin van de islamitische jaartelling. In Medina sloot Mohammed een verdrag met de daar levende Arabische en Joodse stammen dat bepaalde dat ieder zijn eigen religie vrij kon belijden, onderlinge vijandigheden verbood en voorschreef dat geschilpunten ter beoordeling aan Mohammed werden voorgelegd. Tevens zouden de stammen en clans elkaar steun verlenen in het geval een van hen door een vijand zou worden aangevallen.

Nadat de profeet zijn boodschap had verkondigd, begonnen de tekenen van zijn afscheid zich te tonen in zijn uitspraken en handelingen. In de maand Ramadan van het jaar 10 hijri bracht hij twintig dagen in afzondering door. Aan het einde van zijn leven keerde Mohammed naar Mekka terug, de Mekkanen gaven zich over en Mohammed kwam Mekka binnen in vrede. Daar deed hij de rituelen voor van de bedevaart. Moslims doen deze rituelen nu nog steeds op dezelfde manier als hun boodschapper Mohammed.

Verschillende groepen
Na het overlijden van de profeet Mohammed ontstond het kalifaat. Een kalief (Arabisch: .....chalifa = opvolger) staat aan het hoofd van een kalifaat en in het bijzonder van het Islamitische Rijk. De kalief wordt beschouwd als de opvolger van de profeet Mohammed.

De kalief was weliswaar leider van de gelovigen, maar liet de interpretatie van de Koran en de Hadieth over aan de oelema of schriftgeleerden. De belangrijkste taak van de kalief was om het rijk te besturen en het geloof te vertegenwoordigen en te beschermen.
Na het overlijden van de profeet Mohammed werd Aboe Bakr door de gelovigen als eerste kalief gekozen. De tweede kalief was Omar. De derde kalief was Otman en de vierde kalief was Ali.

De twee hoofdstromingen binnen de islam ontstonden toen een groep gelovigen van mening was dat de titel van kalief alleen geërfd kon worden. Deze groep: de Sjieten zien Ali, de neef en schoonzoon van de profeet Mohammed als eerste kalief. De Soennieten erkennen Aboe Bakr als eerste door het volk gekozen kalief.

Enkele belangrijke begrippen
De Koran is het heilige boek van de moslims. Het geeft de letterlijke weergave van de woorden van Allah, zoals ze aan de profeet Mohammed werden geopenbaard. De Koran bevat niet alleen voorschriften, maar ook geschiedenis over vroegere volkeren en boodschappers, over het leven na de dood, over Allah …
De Koran werd in de maand Ramadan geopenbaard. Ramadan is de 9de maand van de islamitische kalender. Tijdens deze maand vasten alle moslims op de hele wereld. Een vastendag begint vanaf de ochtendschemering tot zonsondergang. Aan het einde van de vastenmaand vieren de moslims feest. Ze danken Allah dat ze de gezegende maand mogen meemaken. Dit feest ied-ul-fitr (feest van het einde van de vastenmaand) wordt ook wel eens het suikerfeest genoemd omdat er tijdens bezoeken veel zoetigheden worden geserveerd.

De islam heeft vijf grote pijlers, die moslims in hun leven navolgen.

  • Chahada: de geloofsgetuigenis: waarin elke moslim getuigt dat er één God is en dat Mohammed Zijn laatste boodschapper is.
  • salaat: het gebed dat vijf maal per dag wordt gebeden
  • zakat: Het woord zakat betekent 'reiniging' in de vorm van een verplichte bijdrage aan de armen om een meer rechtvaardige verdeling van bezit/rijkdom te bereiken. Het betalen van zakat is verplicht indien het bezit min de schulden een bepaald bedrag overschrijdt en men het een jaar niet gebruikt heeft.
  • sawm: vasten tijdens de maand ramadan
  • hadjj: bedevaart naar Mekka die gelovigen eenmaal in het leven maken, wanneer men er de middelen voor heeft.

Feesten en herdenkingsdagen
Belangrijke Feesten door het jaar:

  • Feest van het breken van de vasten of het suikerfeest: aan het eind van de vasten (of beter: de eerste dag van de nieuwe maand, na Ramadan) wordt uitgebreid gefeest. Dit feest wordt in 2006 gevierd op 24 oktober. (Ramadan begint op 24 september).
  • Offerfeest: herinnering van het offer van Abraham, wordt gevierd in de bedevaartsmaand. Valt in 2006 op 10 januari en op 31 december. Je ziet hier dus dat een islamitisch jaar korter is dan een Westers kalenderjaar.

Belangrijke herdenkingsdagen.
De herdenkingsdagen worden niet als feestdagen beschouwd maar als dagen waarbij men extra stilstaat bij de belangrijke gebeurtenissen van dat moment.

  • Nieuwjaar: herdenking van de migratie van Mekka naar Medina. Start van een islamitisch jaar. Dit viel in 2006 op 31 januari. Het jaar 1427 werd ingeluid.
  • Asjura
    :•voor Sjiieten is het een dag van nationale rouw ter herinnering aan de dood van Hussein, de tweede zoon van de Imam Ali. In 2006 valt deze dag op 9 februari.
    • voor de Soennieten is het een dag waarop men vrijwillig kan vasten naar het voorbeeld van de profeet Mohammed. Het heeft te maken met de uittocht van Mozes uit Egypte.
  • Herdenking van de geboorte van de profeet. In 2006 werd dit op 11 april gevierd.
  • Laylatoel qadr – nacht van de bestemming. In deze nacht werd de koran aan de profeet Mohammed geopenbaard. Deze nacht wordt niet gevierd maar in aanbidding doorgebracht. Laylatoel qadr valt in 2006 op 20 oktober.

Feesten voor kinderen:

  • Bij de geboorte van een kind fluistert de papa de adhan (oproep tot het gebed) in het rechteroor. In het linkeroor fluistert hij de iqama (melding van het starten van het gebed).Het kind krijgt een islamitische naam. De zevende dag na de geboorte wordt een offer gedaan: men slacht een dier (meestal een schaap). De mensen worden uitgenodigd om de geboorte van het kind te vieren. Het vlees wordt verdeeld met de armen.
  • Jongens worden besneden, maar het verschilt wanneer dat gebeurt: 7 dagen na de geboorte, of op een latere leeftijd naargelang de plaatselijke tradities.
  • De besnijdenis verwijst naar Abraham, die zich als eerste heeft laten besnijden.

De Moskee
De moskee is het huis waarin moslims samenkomen. Het is meer dan enkel een plaats voor gebed. Het is ook het gebouw waarin religieus onderwijs gegeven wordt; huwelijken worden er ingewijd; het is de ontmoetingsplaats waarin het leven van de gemeenschap besproken wordt, geschillen tussen moslims worden opgelost en nieuwigheden overwogen.

Bij ons zijn er geen echte moskeeën maar gebedshuizen. Een moskee heeft minstens één minaret en in de moskee hoor je de oproep tot het gebed van op straat. In België vallen moskeeën dikwijls niet op: een moskee kan bijvoorbeeld een onopvallend gebedshuis zijn, in een omgebouwd huis. Het neemt dus gemakkelijk architecturale invloeden over van het land of de streek waar men een moskee bouwt. Op deze manier ‘integreert’ de moskee zich in het landschap.

Er zijn verschillende types van moskeeën. Zo zijn er kleine gebedshuizen, waarin moslims het gebed verrichten. Het gebed bestaat uit verschillende houdingen, buigingen en knielingen waarmee men de eerbied voor Allah uitdrukt, Hem aanbidt en dankt.
Vrijdag is een feestdag voor de moslims. Dat wil niet zeggen dat er niet gewerkt wordt. Er wordt gewoon gewerkt tot de tijd voor het vrijdagsgebed. Het vrijdagsgebed bestaat uit een preek en een gebed. De duur van het vrijdagsgebed wordt het moslims niet toegestaan om handel te drijven. Na het vrijdagsgebed mogen winkeliers gewoon verder werken. Veel mensen proberen naar een grote moskee te gaan, maar de meeste bidden in de moskeeën in hun buurt.

Wanneer je een moskee bezoekt, zal je zien dat je de schoenen moet uittrekken. De moskee is een heilige plaats. De vloer is bedekt met tapijten, waarop men ook zit. De moskee is meestal heel sober ingericht: er zijn geen stoelen of tafels en je vindt ook geen enkele afbeelding of portret. Mannen en vrouwen bidden apart in de moskee. Vrouwen zijn niet verplicht om naar de moskee te gaan.

  De minaret is een typisch islamitisch architectonisch kenmerk, namelijk de toren van een moskee. Minaretten zijn meestal hoge elegante torens, soms vrijstaand van de moskee maar in ieder geval hoger dan de rest van het gebouw.
De minaret wordt voornamelijk gebruikt om op te roepen tot het gebed (deze oproep heet adhan). Dat wordt door de muezzin gedaan. Hij roept vijf maal per dag op tot het gebed (al dan niet met behulp van luidsprekers).
De michrab is een nis in een muur in de moskee die de gebedsrichting (qibla) aangeeft. Doorgaans zit de mihrab ergens in het midden van de muur die tegenover de ingang is. De imam (voorganger in het gebed) in de moskee bevindt zich bij deze mihrab.  
De muur zelf waarin de mihrab zich bevindt, wordt ook wel met qibla aangeduid.
De Minbar is een preekstoel in de moskee. Hier zit de imam (voorganger van het gebed) op als hij zijn preek doet. De imam gaat het gebed voor maar heeft geen ‘hogere’ plaats of rangorde.
In een moskee vind je altijd een rituele wasplaats. Voor men de gebedsplaats binnengaat en het gebed doet, moet de gelovige zich reinigen, zowel lichamelijk als spiritueel. Om te kunnen bidden doet men de kleine rituele wassing (al-woedoe). Hierbij wast men bepaalde delen van het lichaam, namelijk: handen, mond, neus, gezicht, armen, over het hoofd vegen, oren, voeten. Men kan ook de grote wassing verrichten.

  In sommige moskeeën zal je in de gangen mogelijke afbeeldingen vinden van de Kaäba, het heiligste gebouw in Mekka, waar de moslims naartoe gaan op bedevaart.
Ook zal je aan de muren kaders vinden met kalligrafie van koranverzen of de Schone Namen van Allah.
De meeste moskeeën hebben een bibliotheek (naargelang de grootte van de moskee). Er zijn ook leslokalen.