Christendom

"Deur" in het christendom


Het geloofsboek van de christenen is de bijbel. Het eerste en grootste deel ervan is het Oude of Eerste Testament; daarna volgt het Nieuwe of Tweede Testament.
We beperken ons hier tot enkele citaten uit het Nieuwe Testament, omdat het Oude Testament ook door de joden gekend is (en sommige figuren en verhalen ervan ook door de islamieten). Het Nieuwe Testament handelt dus specifieker over Jezus de Christus, wat betekent: "de Gezalfde".

" In het evangelie van Matteüs vinden we de Bergrede. Het is een verzameling van uitspraken en redevoeringen van Jezus, die door christenen als belangrijk worden beschouwd. Jezus spreekt daar over "smalle en brede deuren" (Mt. 7,13 e.v.). "Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang." Niet geloven en Christus niet navolgen is de brede weg - als je de nauwe deur ingaat, maak je je het zeker niet gemakkelijk.

" In verschillende parabels en vergelijkingen wordt het symbool "deur" genoemd als enige manier om binnen te gaan met de beste bedoelingen: 'Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover." (Joh.10, 1)

" De schrijver van het vierde evangelie, Johannes, noteerde enkele "Ik ben"-uitspraken van Jezus. Eén van deze uitspraken is "Ik ben de deur". ... We kunnen ons God moeilijk voorstellen. Door Jezus echter krijgen we een vermoeden; Jezus noemt zichzelf de weg langs wie God bereikbaar is, de toegang tot de Vader.

" Het symbool "deur" of "(stads)poort" komt meer dan één keer voor in genezingsverhalen. Het is aan de deur (waarschijnlijk de stadspoort) dat vele mensen uit de stad verzamelde (Mc 1,32) en Jezus de zieken genas en duivels uitdreef. Aan de "deur" op weg naar genezing, naar heil, staat Christus. Aan de poort van de heilige stad worden de zorgen van mensen weggenomen.

" Petrus krijgt de sleutels van het koninkrijk der hemelen: de "poorten van de hel" kunnen het niet overweldigen (Mt 16,18v). Daarom wordt Sint-Pieter dikwijls afgebeeld met sleutels in de hand. Terwijl aan sommige schriftgeleerden gezegd wordt: "Wee jullie, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe." (Mt. 23,13)

" In het boek "Handelingen" staan enkele zogenaamde "deurwonderen". Deze verhalen vertellen hoe leerlingen na zijn dood over Hem getuigden en daardoor in de gevangenis terechtkwamen. Door een goddelijk ingrijpen worden ze bevrijd. Aan het begin van het verhaal overheersen gedachten van gevangenschap, onvrijheid, verlamming. Het slot van het verhaal gaat over beweeglijkheid, dynamiek, .. De deur is hier het scharnier tussen gevangenschap en bevrijding, geslotenheid en openheid.
In de verrijzenisverhalen trotseert Jezus gesloten deuren.

"Deur" is ook een scheiding tussen binnen en buiten. Met het beeld van iemand die voor de deur staat, roep de bijbel christenen op geduld te hebben en actief te wachten op de komst van de Heer.
In het laatste boek van de bijbel, het boek der Openbaringen, staat vermeld dat wie Christus in zijn leven binnenlaat, met Hem feest mag vieren: "Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij." (Openb. 3,20).

Marc van Kerkhoven
met dank aan Rik Hoet